Naar overzicht

Zondagmorgen

Psalm 89: 1
Wet
Psalm 119: 26
Lezen: Openbaring 19: 1-10
Psalm 89: 7, 8
Psalm 73: 12, 13
Psalm 68: 2

Het thema van de preek is:  De bruiloft van het Lam

Vier aandachtspunten:

1. Een tegenstelling
2. De Bruidegom
3. De Bruid
4. De genodigden.

Zondagavond

Tekst: Johannes 7: 37-39:

37 En op den laatsten dag, zijnde de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende: Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke.

38 Die in Mij gelooft, gelijkerwijs de Schrift zegt, stromen des levenden waters zullen uit zijn buik vloeien.

39 (En dit zeide Hij van den Geest, Denwelken ontvangen zouden die in Hem geloven; want de Heilige Geest was nog niet, overmits Jezus nog niet verheerlijkt was.)

 

Thema: “Water voor dorstige harten”:

1) Water uit Siloam

2) Water uit de Steenrots

3) Water uit de christen

 

Liturgie:

Psalm 63: 1, 2, 3

Psalm 105: 22, 24

Lezen: Exodus 17: 1-7 en Johannes 7: 37-53

Psalm 42: 1, 3, 5

Psalm 36: 3

Psalm 119: 86

 

Citaat: “Dit grootste geneesmiddel van Christus gebruiken, is het geheim van geheel het zaligmakend christendom. De heiligen Gods in iedere eeuw zijn mannen en vrouwen geweest die door het geloof uit deze fontein dronken en verlost werden. Zij voelden hun schuld en leegheid en dorstten naar verlossing. Zij hoorden van een volle verzadiging van vergeving, barmhartigheid en genade in Christus gekruisigd voor alle boetvaardige zondaars. Zij geloofden de blijde boodschap en handelden daarnaar. (…) Zo komende vonden zij verlossing. Zo iedere dag komende, leefden zij. Zo komende stierven zij”. J.C. Ryle, Het evangelie van Johannes, aant. Bij Joh. 7.

 

Belijdenis: Heidelberger Catechismus HC 24 (vraag en antwoord 64):

Vraag: Maar maakt deze leer niet zorgeloze en goddeloze mensen? Antwoord: Neen zij; want het is onmogelijk, dat, zo wie Christus door een waarachtig geloof ingeplant is, niet zou voortbrengen vruchten der dankbaarheid.

 

Leestip:
  • Numeri 20 (water uit de steenrots)
  • Jesaja 55 (nodiging tot het Heil)
  • Johannes 4 (Samaritaanse vrouw)
  • Galaten 5 (vruchten van de Geest)

 

Gespreksvragen:

  1. Welke drie grote feesten had God voor het Joodse volk ingesteld en wat is de christelijke invulling hiervan geworden?
  2. Wat hield het Loofhuttenfeest in? Waarom was dat het laatste feest en heeft dit feest christenen ook nog iets te zeggen? Waarom is het Loofhuttenfeest ook het feest van de volharding?
  3. Wat gebeurde er feitelijk op de laatste dag van het Loofhuttenfeest, zoals Johannes dat beschrijft? Welke betekenis had Jesaja 12 vers 3.
  4. Jezus treedt nu naar voren en begint te roepen. Was Zijn roepen geen dissonant op het vrolijke feest? Waarom kun je zeggen dat Hij als het ware de toepassing geeft van hetgeen waarover de mensen zingen en dat de priesters met gouden kruiken uitbeelden?
  5. Jezus nodigt alle ‘dorstigen’ zonder iemand uit te sluiten. Wie roept Hij? Zijn dat alleen mensen die zaligmakende kennis van hun ellende hebben gekregen en zo de toevlucht tot Christus zoeken?
  6. Jezus is de Bron van levend Water. Wat lezen we hierover in 1 Kor.10:4? En wat zegt de Heere Jezus hierover tegen de Samaritaanse vrouw in Johannes 4: 10, 13-14?
  7. De Levensbron Christus spreekt over ‘stromen van levend water’. De kanttekenaren schrijven: “rivieren, dat is, in groten overvloed en volheid” en zij verwijzen naar Jes. 44:3. Joël 2:28; 3:18. Joh. 4:14. Zoek eens enkele van deze teksten op. Waarom zo’n grote overvloed en hoe zien we dat op de dag van de uitstorting van de Heilige Geest? Zie Hand. 2:4, 33.
  8. De Zaligmaker belooft dat wie tot Hem komt en van Zijn water drinkt, zelf ook een fontein zal worden. Leg dat eens uit aan de hand van Galaten 5 en/of Johannes 15: 4, 5. Noem eens enkele concrete vruchten van de Geest.
  9. Herkent u/herken jij vruchten van de Heilige Geest in je leven zoals de Heere Jezus dat bedoelde?
  10. We lezen dat de mensen daarna weer naar huis gingen. U en jij ook weer. Hoe gaat u/jij naar huis? Volhardend in ongeloof of hebt u als een dorstige gedronken uit de Levensbron?

Voor de jongste kinderen:

  1. De Israelieten kenden drie grote feesten. Dat waren het: a) Paasfeest, b) het Pinksterfeest en c) het……………………………..
  2. Wat herdachten de Joden met Pinksteren en wat met het Loofhuttenfeest?
  3. Bij welk feest woonden de Joden in hutjes: a) op het Paasfeest, b) op het Pinksterfeest, c) op Grote Verzoendag, d) op het Poerimfeest, e) op het Loofhuttenfeest. Welke is juist?
  4. Op de laatste dag van het Loofhuttenfeest brachten de priester uit de bron Silóam water naar ……………………………. (vul maar in).
  5. Terwijl de mensen heerlijk feestvieren en met elkaar vrolijk zijn, roept de Heere Jezus plotseling ‘Wie dorst heeft de kome tot Mij”. Was dat wel goed om zomaar te gaan roepen? Welk antwoord is goed: a) Nee, dat was een fout van de Heere Jezus want je mag niet zomaar een feest verstoren, b) Ja dat was goed, want de Heere Jezus is de echte Levensbron.
  6. Heb jij wel eens dorst? Wat is ‘dorst’ eigenlijk? Nu kun je ook dorsten naar God. Je kent vast Psalm 42 wel. De dichter zegt dan dat hij dorst naar God (zoek de psalm maar eens op). Wat is dat, dorst hebben naar God?
  7. De Heere Jezus zegt dat als je dorst hebt naar God, je naar Hem toe mag gaan. En in Hem geloven. Wat is dat, geloven in de Heere Jezus?
  8. Heb jij dat al gedaan, geloven in de Heere Jezus? Hoevaak moet je dat eigenlijk doen, in Hem geloven? Doe je dat één keer per jaar of één keer in je hele leven?