Naar overzicht

Middagdienst

Liturgie
Ps. 146: 3 en 6
DL H 5 art. 13-15
12 artikelen
Ps. 27: 7
Johannes 6: 47-59
Ps. 63: 1, 2 en 3
Ps. 42: 1 en 7
Ps. 22: 13 en 16

Zondag 29.
Thema: De tekenen van brood en wijn
1. Wat ze niet zijn (vraag en antwoord 78)
2. Wat ze wel betekenen (vraag en antwoord 79)

Vragen
1. Eerst een vraag voor de kinderen. In de preek komt deze ook terug. Wat gebeurt er aan het Heilig Avondmaal? Vraag dat maar eens aan pappa of mamma, opa of oma of aan iemand die aan het Avondmaal gaat.

2. Jongeren: tijdens de bediening van het Avondmaal wil de Heere geestelijk aanwezig. Merk jij daar wat van tijdens de Avondmaalsdienst? Zo ja, hoe merk je dat?

3. Vraag en antwoord 78 heeft een historische achtergrond. Tijdens de Reformatie waren er verschillende meningen over de tegenwoordigheid van Christus bij het Avondmaal.
a. Wat leert de Rooms Katholieke kerk hierover?
b. Wat leerde Luther over de aanwezigheid van Christus bij het Avondmaal?
c. Wat was de mening van Zwingli?
d. Wat zei Calvijn hierover?
e. Bij wie sluit de catechismus zich aan?

4. Vraag en antwoord 79 gaat over de betekenis van de tekenen en zegelen van brood en wijn in het leven van Gods kinderen. De zielen van Gods kinderen worden gevoed door brood en wijn en (dat is het belangrijkste) verzekeren Gods kinderen van hun aandeel in Christus.
a. Kent u/ken jij de behoefte aan geestelijk voedsel (eten en drinken)? Heeft u/heb jij geestelijke honger en dorst? Hoe functioneert het kennen van onze zonde in dit verband?
b. Mag u/jij ervaren dat u/jij tijdens het avondmaal geestelijk voedsel ontvangt, geestelijk versterkt wordt? Hoe?
c. Voeding ziet op groei en op het één worden met Christus. Kunt u/kun jij vertellen hoe dit bij u plaatsvindt?
d. Mag u/jij tijdens het Avondmaal verzekerd worden? Waarvan wordt u/jij verzekerd en hoe gebeurd dat?

5. Als u/jij zich niet tot een Avondmaalganger mag rekenen, wat was de belangrijkste les uit deze preek?