Naar overzicht

Ochtenddienst (H.Doop)
Ps. 25:6
Wet
Ps. 19:6
Lezen: 1 Joh. 1
Ps. 105:5
Ps. 134:3
Ps. 51:4,5
Ps. 65:2

Middagdienst
Ps. 86:6
D.L. 3+4 par. 9, 10
12 art.
Ps. 2:7
Lezen: 2 Kron.33:1-20
Ps. 32:3,5,6
Ps. 1:1
Ps. 119:83
Zondag 33

Preekbespreking ’s ochtends:

Tekst: 1 Joh.1:7b
Allesreinigend bloed
1. De Persoon van Wie dit bloed is
2. De kracht die dit bloed heeft

Gespreksvragen:
1. Vijf verzen beginnen met ‘Indien wij …… zeggen; wandelen; belijden.
Drie keer negatief en twee keer positief. Wat wil Johannes ons hiermee leren?

2a. Van Wie is dit bloed?
2b. Verklaar de drie genoemde namen in de tekst.

3a. Waar was er in het O.T. al sprake van bloed?
3b. Wat deed dat bloed?

De tekst zegt: ‘alle zonde’ . 4a. Wat wordt bedoeld (zie kt.33) ?
4b. Wat zegt dat ons over de Heere God ?

5. Welk zichtbaar onderwijs over de tekst kregen we bij de bediening van de Heilige Doop?

6. Wat is de geestelijke betekenis van ‘reinigen’ (zie kt. 32)

7a. Mag elke mens en elke gedoopte zeggen ‘ons’?
7b. Wat is daarvoor nodig (vs.9 -kt 36)

8. Waarvoor waarschuwt Paulus in Hebreeën 10:29? Leg uit wat hij bedoeld

Preekbespreking ’s middags:

HC zondag 33
De bekering tot God
1. Wat deze bekering is (88)
2. Hoe deze bekering gaat (89-90)
3. Waaruit deze bekering blijkt (91)

Gespreksvragen:
1. Waarom staat in de vraag ‘waarachtige’ bekering? Bekering is toch bekering?

2. Wat is de ‘oude mens’?

3. ‘Wedergeboorte en bekering is hetzelfde’.
Eens of oneens? Verklaar je antwoord.

4. Noem eens een aantal bekeringsgeschiedenissen uit de Bijbel.

5. Bij het woord ‘bekering’ horen drie bekende woorden: inkeer-afkeer-wederkeer.
Leg dat eens uit.

6. Wanneer zijn ‘goede werken’ echte goede werken?
Noem drie dingen (vr. en antw. 91)